DE GESCHIEDENIS VAN DE NIEUWE KERK TE
KATWIJK AAN ZEE
De Nieuwe Kerk aan de Voorstraat behoort tot het vroegste en bekendste
werk van de Leidse architect H.J. Jesse (1860 – 1943).
In de loop van de 19de eeuw bleek dat de snel groeiende Hervormde Gemeente
die kerkte in de Oude (witte) Kerk aan de Boulevard – een overblijfsel
van de middeleeuwse, aan Andreas gewijde parochiekerk, over meer kerkruimte
wilde beschikken.
| 1850 |
- |
Plannen voor het bouwen van een nieuwe kerk werden overwogen, uiteindelijk
resulteerde dit in de bouw van twee galerijen in de Oude Kerk. |
| 1883 |
- |
Gezocht werd naar een geschikte locatie voor het bouwen van een
geheel nieuwe kerk. |
| 1884 |
- |
De Kerkvoogdij schreef een ontwerpprijsvraag uit, het bekroonde
ontwerp van architect H.J. Jesse werd gekozen uit een totaal van 53
ingezonden ontwerpen. |
| 1885 |
- |
De bouw van de Nieuwe Kerk werd aangevangen met de eerste steenlegging
op 14 mei 1885 door de Baronesse van Wassenaer van Catwijck. |
| 1887 |
- |
Op 12 januari 1887 vond de plechtige ingebruikname plaats. |
 |
Het kerkgebouw wordt algemeen aangemerkt als een zeldzaam gaaf bewaard
specimen van Nederlandse protestantse kerkbouw en kerkinrichting uit de
late 19de eeuw.
In haar soort is zij bovendien één van de grootste en belangrijkste
voorbeelden hiervan.
Architect Jesse ontwierp een brede kruiskerk in Hollandse renaissancestijl.
Het aanvankelijke ontwerp behelsde plaats te bieden aan 1500 kerkgangers,
een latere verandering bewerkstelligde een verruiming tot ruim 1900 zitplaatsen.
De grondvorm van de kerk, bestaande uit twee brede, korte beuken en een
lange dwarsbeuk, leverde een overzichtelijke kerkruimte op, met een onbelemmerd
(de kerk heeft bijna geen steunpunten) uitzicht op de centraal geplaatste
preekstoel.
Tegenover een dergelijke bijna 'spanningloze' ruimte, zorgt de imposante
overkapping met de in het zicht gelaten spantconstructie voor een prachtig
tegenwicht.
De eenheid in stijl en afwerking van het interieur is in nauwe samenhang
met die van het exterieur.
 |
Alle onderdelen, voor-werpen en meubel-stukken verkregen
de aandacht van archi-tect Jesse, waarbij ook het vanuit de Nijmeegse
Broere-kerk overgebrachte Nolting-orgel, met zijn renaissance uitge-voerde
orgelkas, uitstekend paste in het interieur van de Nieuwe Kerk. De
Nieuwe Kerk is in-middels een erkend Rijksmonument. |
| 1900 |
- |
Kort na 1900 bleek de kerk alweer te klein, hierop volgde een herindeling
waardoor banken konden worden bijgeplaatst, dit ging overigens ten
koste van de amfitheater- ingedeelde opbouw (oplopend naar achteren)
van de zitplaatsen. |
| 1937 |
- |
Verbouwing van het oude vuurhok tot doopkamer naar een ontwerp van
architect Jesse. |
| 1981
-
1983 |
- |
Restauratie van de orgelkas en ornamenten, de bouw van een ondersteuningsvloer
en het bijplaatsen van twee extra kolommen noodzakelijk voor het nieuw
te bouwen orgelrugwerk (positief).
Opbouw van het nieuwe Van den Heuvel-orgel, waarvan de kerkelijke
ingebruikname op 19 mei 1983 plaatsvond. |
1990
-
1992 |
- |
Ingrijpende restauratiewerken aan het exterieur van de kerk, zoals
o.m. het vernieuwen van alle rondboog- en roosvensters.
Ook werden de glas-in-loodramen opnieuw in het lood gezet, en de ornamenten
op de omloop van de toren vernieuwd.
In de kerk verkregen de wanden weer hun oorspronkelijk kleuren; lichtgeel
met rode biezen. |
|